Thursday, January 26, 2006

vandaag: gedichtendag

Nieuwstad 14

Ik was bezoek dat langer bleef en anders sprak,
maar ik misstond niet in de kamer.
Een beetje als een schemerlamp die op den duur de sleutel kreeg.
Ik deed niet ongezellig,
en in mijn buurt was het aan tafel minder leeg.
Maar nog liet niemand na mij af en toe te wijzen op mijn tong,
mijn grond.
Dan noemden ze mij onverwacht weer anderman
en zonden mij naar huis,
terwijl ik juist begon te wennen aan de lucht
en onderhand ook dacht dat ik een hart veroverd had.
Maar niets was minder waar dan dat.
Op tijd en stond werd naar mijn stoel gekeken,
gepolst of ik al wortel schoot.
Ik hield mijn mond
en vond het krassen van de meeuwen geen goed teken.
Hoe kwam het dat ik binnen zat
en tegelijk nog buiten stond.


www.stadsdichterpodcast.be
Bart Moeyaert, Stadsgedicht Antwerpen 2006


Herinnering
Van heel ver herken ik de horizon.
Van heel ver de zwevende vogel.
Van heel ver volg ik de wolken.
Van heel ver ruik ik de wind.
De hond loopt plotseling naar de rand van de sloot
en ruikt met spitse oren.
Hij herkent iets wat hem nooit werd verteld.
Net als ik.


Bram Vermeulen. Rust!. Nijgh & Van Ditmar/Houtekiet, 2005.

No comments: